De poffertjes plakken vast in de pan
De pan was niet heet genoeg of niet goed ingevet. Wrijf de pan schoon met keukenpapier, laat hem goed heet worden en vet elk kuiltje voor elke ronde opnieuw in.
Keuzehulp
Kies hoeveel tijd je hebt, wat voor maaltijd het wordt en wat je al in huis hebt.
Help me kiezenNu in het seizoen
Per seizoen wat er in de winkel ligt, wat het kost aan tijd en wat je ermee maakt.
Bekijk de seizoenenAlle keukens
Per keuken de gerechten die er echt bij horen, met de techniek en de ingrediënten die het verschil maken.
Bekijk alle keukensBakken
Voor deze poffertjes gaat er half boekweitmeel en half bloem in het beslag, met gist. Het beslag rijst een uur, zodat de bolletjes luchtig en sponzig worden. Je bakt er ongeveer zestig, genoeg voor vier personen met boter en poedersuiker.
Het recept
Verwarm de melk tot hij lauw aanvoelt aan de binnenkant van je pols, ongeveer 35 graden. Te hete melk doodt de gist; in koude melk rijst het beslag traag.
Meng het boekweitmeel, de bloem, de gist, de suiker en het zout in een ruime kom. Strooi het zout en de gist niet op dezelfde plek.
Giet de helft van de lauwe melk erbij en klop het geheel glad met een garde. Voeg daarna de rest van de melk en het losgeklopte ei toe en klop tot een beslag zonder klontjes, zo dik als vloeibare yoghurt.
Dek de kom af met een theedoek en laat het beslag een uur op een warme plek rijzen, tot het oppervlak vol belletjes staat en het beslag zichtbaar is gegroeid.
Roer het gerezen beslag één keer voorzichtig door en schenk het in een knijpfles of een kan met een tuit.
Verhit de poffertjespan op middelhoog vuur en strijk elk kuiltje in met gesmolten boter. De pan is heet genoeg als een druppel beslag meteen sist.
Vul de kuiltjes voor driekwart met beslag en bak de poffertjes anderhalve tot twee minuten, tot de randjes droog zijn en de bovenkant vol kleine gaatjes staat.
Keer ze met een vork of een satéprikker en bak ze nog een minuut, tot ze goudbruin en bol zijn. Blijf erbij, want de tweede kant gaat sneller.
Bak de rest van het beslag in porties en vet de pan tussen elke ronde opnieuw in. Serveer de poffertjes met een klont boter en poedersuiker.
Boekweitmeel geeft poffertjes hun nootachtige smaak en iets grijze kleur. Met alleen boekweitmeel worden ze zwaar en kruimelig, met alleen bloem bleker en zoeter. Boekweit zelf is glutenvrij, maar door de bloem is dit recept dat niet.
Een zakje gedroogde gist van 7 gram kun je vervangen door 20 gram verse gist; los die eerst op in de lauwe melk.
Poffertjes zijn het lekkerst vers. Restjes bewaar je in een afgesloten bakje in de koelkast en eet je binnen twee dagen op; warm ze op in een droge koekenpan of in de oven tot ze helemaal heet zijn. Invriezen kan tot drie maanden: vries ze los op een plaat in en doe ze daarna in een zak. Ongebakken beslag blijft afgedekt een dag goed in de koelkast; invriezen is minder geschikt, want de gist verliest kracht.
De pan was niet heet genoeg of niet goed ingevet. Wrijf de pan schoon met keukenpapier, laat hem goed heet worden en vet elk kuiltje voor elke ronde opnieuw in.
Het beslag was te dun, of de gist heeft niet gewerkt, bijvoorbeeld door te hete melk. Staat het beslag niet vol belletjes, roer er dan twee theelepels bakpoeder door en bak meteen. Te dun beslag dik je aan met een eetlepel bloem.
Het vuur stond te hoog, zodat de buitenkant kleurde voordat de kern gaar was. Bak op middelhoog vuur en prik er bij twijfel één open: vanbinnen hoort hij sponzig te zijn en niet meer nat.
De melk ging er te snel bij. Klop de klontjes eruit met een garde of kort met de staafmixer, voordat het beslag gaat rijzen.
Een klont roomboter en poedersuiker. Ook aardbeien, banaan of slagroom passen erbij.
| Energie | Vet | Waarvan verzadigd | Koolhydraten | Waarvan suikers | Vezels | Eiwit | Zout |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 430 kcal | 16 g | 9,4 g | 56 g | 14 g | 3,6 g | 12 g | 1,7 g |
Ontbijt
Bakken
Vertel wat je hebt aangepast of waar je tegenaan liep. We lezen alles na voordat het op de site komt, en we passen recepten aan als dat nodig is.
Poffertjes
Stap 1 van 9
Verwarm de melk tot hij lauw aanvoelt aan de binnenkant van je pols, ongeveer 35 graden. Te hete melk doodt de gist; in koude melk rijst het beslag traag.
Stap 2 van 9
Meng het boekweitmeel, de bloem, de gist, de suiker en het zout in een ruime kom. Strooi het zout en de gist niet op dezelfde plek.
Stap 3 van 9
Giet de helft van de lauwe melk erbij en klop het geheel glad met een garde. Voeg daarna de rest van de melk en het losgeklopte ei toe en klop tot een beslag zonder klontjes, zo dik als vloeibare yoghurt.
Stap 4 van 9
Dek de kom af met een theedoek en laat het beslag een uur op een warme plek rijzen, tot het oppervlak vol belletjes staat en het beslag zichtbaar is gegroeid.
Stap 5 van 9
Roer het gerezen beslag één keer voorzichtig door en schenk het in een knijpfles of een kan met een tuit.
Stap 6 van 9
Verhit de poffertjespan op middelhoog vuur en strijk elk kuiltje in met gesmolten boter. De pan is heet genoeg als een druppel beslag meteen sist.
Stap 7 van 9
Vul de kuiltjes voor driekwart met beslag en bak de poffertjes anderhalve tot twee minuten, tot de randjes droog zijn en de bovenkant vol kleine gaatjes staat.
Stap 8 van 9
Keer ze met een vork of een satéprikker en bak ze nog een minuut, tot ze goudbruin en bol zijn. Blijf erbij, want de tweede kant gaat sneller.
Stap 9 van 9
Bak de rest van het beslag in porties en vet de pan tussen elke ronde opnieuw in. Serveer de poffertjes met een klont boter en poedersuiker.
Timers